donderdag 30 april 2015

Ingeblikt licht

Wie herinnert zich dat nog? Dat je 's avonds in het donker naar huis fietste en er geen ander geluid te horen was dan het hoge zoemen van je dynamo. Als je maar hard genoeg trapte produceerde je genoeg stroom om de gloeilampjes in voor- en achterlicht goed te laten branden. Hoe harder je trapte hoe hoger de dynamo zijn lied zong. Je kreeg dan weliswaar meer licht maar je snelheid ging ook omhoog zodat het per saldo qua zicht niks uitmaakte of je langzaam reed of  met een flinke vaart. En als het regende of sneeuwde dan slipte dat verdraaide ding en viel je licht voortdurend uit. Tenzij je zo´n rubberdopje op het wieltje van je dynamo had geplaatst. Dan had je daar minder last van. 

Zo'n ouderwets lampje is een klein kunstwerkje...
Ziet er primitief uit, maar het gaf licht!
En dan was er wel eens een contactje los in in die verroeste koplamp of, en daar kwam je pas achter nadat je alle draden had gecontroleerd, het lampje was kapot. Meestal was het dan zwart geblakerd aan de binnenkant van het glazen bolletje. Een teken dat er daarbinnen flink wat warmte was verstookt en ook nog wat licht was geproduceerd.

Daar moest ik aan denken toen ik afgelopen weekeinde op zolder aan het opruimen was en een blikje vond. Een nostalgisch blikje met de afbeelding van een man op een schavot die als troost een trekje mag nemen van pijptabak met dezelfde naam.

15 ouderwetse fietslampjes. Iets voor een museum?
In dat blikje vond ik niet minder dan 15 ouderwetse fietslampjes. Dat dateerde dus nog uit de tijd dat Anja en ik fietsen hadden met ouderwetse verlichting. Mijn Kronan was waarschijnlijk de laatste die in huis kwam met dit type lampjes aan boord. In die tijd was het handig om reservelampjes in huis te hebben. Vandaar dit ingeblikte licht.

Daarna fietste ik nog een tijdje door met halogeen- en diverse led-lampjes maar Écht Licht Op De Fiets kreeg ik pas toen het velomobieltijdperk begon.  Ik fietste met S94 gelijk al in het donker naar het werk en de hoeveelheid licht die ik aan boord had vond ik toen bijzonder indrukwekkend. Nog steeds zijn die twee koplampen voldoende om fietsend langs een pikkedonker Apeldoorns Kanaal op tijd de bochten te zien aankomen.

Maar het lijkt wel of het went en soms denk ik: "Als ik er nu een Chinees lichtkanonnetje tegenaan gooi, misschien zie ik het dan nog wel iets beter..."  Ach, dat is de mens nu eenmaal eigen, de eeuwige zoektocht naar verlichting ;-).

De eeuwige zoektocht naar verlichting




maandag 27 april 2015

27 april: King of the road?

Een jaarlijkse traditie....

Bij het Oranje van de Koningsdag hoort het Mooie Geel van het traditionele koningsdagbericht op dit blog. De eerste keer liet ik mijn fiets knaloranje spuiten en het jaar erop stak ik de vlag uit. En dit jaar? Waarover kan op deze 27ste april beter geschreven worden dan over de King Of The Road, over de koningen van het fietspad: onze velomobielen.

  • Onze velomobielen trekken net als Alex en zijn Maxima, behoorlijk de aandacht. Alles wat wij doen wordt op een goudschaaltje gewogen. Vooral het feit dat we  niet gezien worden heeft ieders aandacht,
  • Als wij er aan komen moet er ook ruim baan gemaakt worden,
  • Als koningen van het fietspad hebben wij onze eigen opvallende kleuren waarbij de meest 'royale' toch wel het Koninklijk Goedgekeurde Geel is,
  • Net is bij ons koningshuis is de velomobiel een kostbare bedoening waarbij het nut en noodzaak niet door iedereen op gelijke wijze wordt onderkend,
  • ´Last but not least´ horen beide toch echt bij de Nederlandse (fiets)cultuur.

We mogen dan op koninklijke wijze hele peletons wielrenners het nakijken geven en kuddes e-bikers de berm in toeteren, de tijden gaan wellicht veranderen. Speed-pedelecs zagen nu al aan de poten van onze troon en laten ons soms met de tong op de schoenen soms ver achter. Onze koninklijke rechten (sneller rijden dan 30 km per uur op het fietspad of juist niet op het fietspad) stonden al eens ter discussie.

Waar we nu nog onze fietsende onderdanen rustig kunnen besluipen om ze daarna met verpletterende snelheid te passeren zullen we straks, mogen de goden het verhoeden, voor elke inhaalmanoeuvre de wettelijk verplichte 3 keer moeten bellen. Om daarna met een eveneens wettelijk voorgeschreven snelheidsverschil van niet meer dan 5 km per uur (marge 10%) die medeweggebruikers in te halen. Daar ga je dan als koning van het fietspad. 

Op deze wat koele Koningsdag is daar nog allemaal geen sprake van. Ik neem zo'n smakelijke oranje tompouce (traditie moet zijn) en laat het allemaal op mij af komen.