donderdag 13 april 2017

1984 op herhaling

Lang lang geleden, in juni 1984, fietsten Anja en ik een rondje door Spanje. We reisden met de trein naar Burgos in het noorden en fietsten van daaruit naar Santiago de Compostela, verder door Portugal naar o.a. Porto en maakten ons rondje af door via de Spaanse Extremadura, via Trujillo en Salamanca weer naar Burgos te fietsen. Een behoorlijk tocht van ruim 1700 kilometers. In die tijd maakten we lange dagen en van rustdagen hadden we nog nooit gehoord. En heel erg warm was het in 1984 ook. De bagage was gelukkig superlichtgewicht want kamperen deden we toen nog niet. Wat een tijden ;-).

1984: Op de grens tussen Portugal en Spanje. Na een lange hete en vooral steile klim. 
1984: Ergens onderweg naar Santiago de Compostela. Verlaten dorpjes in de bergen
1984: Uit dagboeknotities blijkt dat de wegen in 1984 in Portugal vaak heel beroerd waren.  
Dat zal deze keer wel anders gaan. Want heel binnenkort vertrekken we voor een herontdekkingsreis van het Iberisch schiereiland. Wéér op de fiets, maar deze keer beperken we ons tot het mooi Andalusië. We gaan in de 4 weken die we er voor uit getrokken hebben zeker geen 1700 kilometers fietsen en tegenwoordig houden we  wel van een regelmatige rust- en rondkijkdag. Tja, je wordt ouder en wijzer zal ik maar zeggen ;-).  Andalusië biedt verrassend mooie (en lange) fietsroutes over oude spoorbanen en er is ook nog eens de 2000 kilometer lange TransAndaluz. Een vooral voor MTB'ers bedoelde tocht over onverharde wegen.

Bij terugkeer verschijnt er hier een fotoverslag-blogpost maar als je het leuk vindt kun je regelmatiger op de hoogte blijven van onze fietservaringen in het zuiden van Spanje. Dat kan via het speciale Cycling Around The World blog (inclusief aanmelden nieuwsbrief) of via mijn Facebook pagina.

Tot later!

woensdag 5 april 2017

De dag dat ik mijn achterwiel verloor...

Ik stond ergens aan de rand van het dorpje Leuvenheim. Nog geen half uurtje eerder was ik vertrokken voor een heerlijk tochtje; waarschijnlijk door de Achterhoek maar dat weet je met mij tegenwoordig nooit zeker.  Ik probeerde al voor de tweede keer Anja te bereiken maar die was of niet thuis of ze hoorde de telefoon niet. Anja zou dus geen onderdeel van de oplossing van mijn probleem worden.

Want ik had een behoorlijk probleem daar in het buitengebied. Nog maar net daarvoor was ik de spoorlijn van Dieren naar Zutphen overgestoken, toen ik 200 meter verder ineens een enorm schurend geluid bij het achterwiel hoorde. En, heel vreemd, ik had ook geen aandrijving meer. Even dacht ik nog dat de ketting eraf gelopen was (voor of achter?) maar dat luide schurende geluid bij het achterwiel baarde me veel meer zorgen. 

Ik rolde een stuk weiland in en stapte uit. Niks bijzonders te zien. Geen brandlucht, geen witte of zwarte rook, geen scheuren, geen scheefhangende fiets. Ik verwijderde het derailleurkapje en ik zag direct dat het niet goed was ;-). Nou moe, het hele achterwiel was eruit gevallen. Dit zou iets bijzonders worden. De dag waarvan ik dacht dat die nooit zou komen. Mijn eerste echte officiële pechgeval met een velomobiel. 

Dit zag ik daar achter in de fiets. Oh jee!
Ik draaide de fiets om, verwijderde het wieldoekje en een dikke bout en even dikke tussenring vielen in mijn handen. "Oh is dat alles", dacht ik nog optimistisch. Het achterwiel was intussen vanzelf weer op z'n plek gevallen, als ik aan het wiel draaide bewogen de pedalen. Dat was het goede nieuws.

Het minder goede nieuws was dat ik geen passende steeksleutel in mijn vm-tas had. Daarom probeerde ik dus Anja te bellen want die kon dan snel met de e-fiets naar Leuvenheim rijden. Ik was immers nog maar een km of  zeven onderweg. Maar waar zijn de dames als je ze echt nodig hebt? In elk geval niet in de buurt van een telefoon! 

Als een aangespoelde walvis ligt S94 aan de rand van Leuvenheim
"Improviseren Paul, improviseren..." mompelde ik in me zelf. Hoe krijg je zo'n bout vast zonder steeksleutel? Nou gewoon met de hand vastdraaien en dan héél voorzichtig terugrijden naar Dieren. Ik was nog maar net 500 meter onderweg toen ik bij een boerderijtje een grote bestelwagen van een installatiebedrijf zag staan. De achterdeuren stonden wagenwijd open en gunden mij een blik op een indrukwekkende verzameling gereedschap. Daar zat vast en zeker de oplossing van mijn probleem tussen.

"Welke maat moet je hebben?", vroeg de installatieman. Ik had geen enkel idee maar het bleek dus een nummer 13 te zijn. Tien minuten later, ik had intussen ook nog eens 100 vragen over mijn fantastische fiets beantwoord, kon ik op weg naar huis. Nog steeds in een bescheiden tempo want ik vertrouwde het niet helemaal. 

Zijn jullie ook wel eens een achterwiel verloren? En kwam je daar toen ook op tijd achter?  Bij Pé Koomen liepen de moeren vandaag er ook al af. Dat kan geen toeval meer zijn.

Ik vroeg ook advies aan velomobiel.nl want die hebben er tenslotte echt verstand van. Ik kreeg razendsnel een uitgebreid antwoord:

"Het kan best zijn dat de bout en moeren aan de andere kant niet goed aangedraaid zijn geweest. Maar er kunnen andere oorzaken zijn. Het draadeindje dat rechts uit de as steekt (waar de twee moeren op gedraaid worden) zit er in gelijmd, als die lijm niet goed vast zit kan alles los lopen. De pakket van naaf cassette body en tussen bussen wordt op elkaar gedrukt door de bout met dikke ring links bij het wiel en de dubbele moer met dikke ring aan de rechter kant, gaat één van de kanten los dan schuift het wiel op en valt de vertanding uit de cassette body met als gevolg geen aandrijving meer. Controleer of het draadeindje nog vast zit in de as, draai de twee moeren rechts goed tegen elkaar vast en daarna ook de bout links. "