Als de ijskoude winterregens weer eens in volle hevigheid tegen mijn fiets slaan. Als ik ver weggezakt achter en onder mijn schuimdeksel met een pet ver over de ogen getrokken wanhopig probeer mijn brillenglazen nog enigszins helder en droog te houden. Ja dan, dan wordt het kleine gele mannetje in mijn hoofd wakker en begint ie te zeuren.
![]() |
| Kap, kap, kap, kap, kap... |
“Ja dat bedoel ik nou”, gaat het stemmetje dan verder.. “Als je nou onder zo’n heerlijk warme droge kap zat, dan zou het heel wat schelen toch? Alleen het comfort al en het ziet er ook nog eens supersnel uit.”.
“Hmm, supersnel...”, denk ik, “daar heeft ie wel een punt. Als relatief trage forens wil ik best een paar minuten van een woonwerkfietstijd af kunnen knabbelen. “Maar, nee zo’n klaustrofobisch gevaarte om me heen zie ik echt niet zitten.”.
“Vies he, die regen”, zeurt het mannetje verder. “Voel je die grote druppel die nu in je nek loopt? Koud he?”. Ik begin genoeg te krijgen van dit irritante kereltje dat steeds maar hetzelfde programma afdraait. Als ik nu zeg dat ik zo'n kap wel erg duur vindt zegt ie natuurlijk dat ik het best kan betalen.
“Ennuh... natuurlijk is zo’n kap best wel duur maar daar krijg je ook wat voor”, zeurt vrijwel onmiddellijk dat zachte stemmetje in mijn oor. “En je kunt het best betalen… Je mag zelf kiezen of het zo’n Sinner- of Velomobielonderdelen model wordt. Desnoods zo’n illegale Vekatex kopie. Alles is toch beter dan die ijskoude regen in je gezicht?”.
“En nu opzouten”, roep ik. “Het is genoeg, terug je hok in!”. Met een flinke mep smijt ik ‘m in z’n hok en met een dreunende klap valt de deur in het slot. Zo die is voorlopig opgeborgen.
Tja, dat soort gesprekjes heb je soms met jezelf. En omdat ik dat gele kereltje goed ken kan ik ‘m van het ene op het andere moment het zwijgen opleggen. En natuurlijk kletst ie uit z’n nek. Ook al rijdt heel velomobielend Nederland straks met een kap. Dan nog zal ik de ‘last man standing’ zijn. Een fossiel uit de begintijden van het velomobielen toen iedereen nog open reed. Als ‘hard core’ dekselmijder zal ik mijn open rijstijl met hand en tand blijven verdedigen.
“Maar laatst heb je toch twee dagen achter elkaar met deksel gereden?”, hoor ik ineens een héél zacht stemmetje achter die gesloten deur. “Zo’n deksel is toch een beetje een 'beginnerskap'? Toch?”.
Naschrift
Vrij snel na publicatie van dit bericht zweeg het gele mannetje ineens

