maandag 8 februari 2016

Optocht langs het hoge water

Onderweg naar Zutphen zal ik het al: de IJssel stond hoog
Twee  jaar geleden toerde ik al eens met LOL door Carnavalsgebied. En afgelopen zondag bleek dat we weer midden in dit mallotenseizoen onze maandelijkse tocht zouden moeten maken. Op Whatsapp werd al nerveus gecommuniceerd: Hoe Vermijden We Het Carnaval? Niemand had er zin in zich vast te rijden in een file van praalwagens en hossende bewoners van de Zutphense binnenlanden. Die gegarandeerd voor een deel in kennelijke staat zouden zijn.

Bij het vertrekpunt Het Volkshuis in Zutphen was het daarom niet één twee drie duidelijk welke route 100% carnavalsveilig zou zijn. Vooruit, dan maar een keer langs de IJssel. Waar we, als het goed was, geen onlollige gezelligheid tegen zouden komen. Terug moesten we dan weliswaar tegen de wind in maar aangezien elke deelnemer die dag een velonaut was, leek dat geen groot probleem.

Iedereen was 'Vollverkleidet'

Carnaval gaat nooit helemaal aan ons voorbij. Met zo'n velomobiel ben je namelijk altijd al verkleed. 'Vollverkleidet'  zeggen onze oosterburen toch als ze het over gestroomlijnde fietsen hebben? Da's niet voor niks. Die zondag was zelfs Wim niet als roeifietser verkleed. Wel had hij ter compensatie een nogal opvallend Giant-shirt aangedaan. "Als ik dat shirt draag krijg ik veel respect van de heren wielrenners", wist Wim nog te melden. Wij maakten dus gewoon onze eigen optocht! Vijf gele en drie witte praalwagentjes. Bomvol lollige gezelligheid en alles natuurlijk rond het thema duurzame mobiliteit! Alaaf! In polonaise achter onze routeprins: Arjen d'n Eersten!

Korte stop bij openluchttheater Oxerhof. Net op de grens tussen Gelderland en Overijssel.
We slingerden ons om Deventer heen naar het noorden. Aan de rand van die stad maakten we de traditionele koffiestop bij huize Pieter Jan. Pieter Jan zelf fietste niet mee; hij bleek nog razend druk te zijn met het opruimen in zijn gloednieuwe woning die hij 3 weken geleden betrokken had. Leuk idee trouwens om eens bij een LOL-ler thuis koffie te drinken.  "Maar als jullie een keer in Dieren willen stoppen dan moet ik het wel van te voren weten...", hoorde ik Anja bij thuiskomst zeggen. Ze wil dan namelijk een onuitwisbare indruk maken met haar wereldberoemde Dierense Appeltaart ;-)!

Het veer van Olst naar Welsum
Hoog water in de IJssel
Tegen de zon en de wind in terug naar Zutphen...
Bij Olst staken we een sterk gestegen IJssel over. Daarna was het bikkelen tegen de wind in. Na bijna 100 kilometers bereikte ik om een uur of half drie de bebouwde kom van Dieren. Op de Molenweg kwam me al een vreemd uitgedost voertuig tegemoet! "Verdorie...", dacht ik, "...ook hier houden ze van dat beregezellige carnavalsfeest". Een paar honderd meter verderop hoorde ik bonkende geluid van dweilorkestjes en ander oer-Dierens feestgedruis.  Ik kon nog nét op tijd afslaan en via een slinkse omweg Huize Mooi Geel veilig bereiken.

Ook Wim maakte een verslag van deze tocht

vrijdag 5 februari 2016

Band op het strand

Na het afmattende tochtje op mijn rechtop vakantiefiets moest ik er echt even uit. Bijkomen en uitwaaien. De verloren energie weer opladen door een lang weekeinde op Vlieland uit te waaien. Dat uitwaaien was vorig weekeinde letterlijk uitwaaien. Vrijdagmiddag om een uur of vijf liepen we voor het eerst weer langs het strand, onze favoriete bezigheid op het eiland. Op tijd om te genieten van een mooie zonsondergang. Maar de zon zat verscholen achter dichte wolken. Wel was er een windkracht 8 die ons voorovergebogen tegen de wind liet lopen. Toen viel mijn oog op een langwerpig vreemd zwart voorwerp.

Langs zo'n strand spoelt voortdurend iets aan: oude schoenen, lege flesjes, gescheurde visnetten en soms zelfs potvissen. Maar dit zag er anders uit. Zwart en kronkelig. Toen ik eenmaal dichterbij gekomen was zag ik het. Het was een fietsband. Ik tuurde in de verte waar woeste schuimkoppen het zeewater meters omhoog stuwden. En dacht na over de reis die deze band gemaakt zou kunnen hebben...

20160130-IMG_7043

"Jozef stond al uren op het achterdek. Hij was een aardige maar een beetje vreemde jongen. Als hij aan boord werkte verlangde hij naar een baantje aan de wal en als hij op kantoor zat, verlangde hij naar de zee. Jozef hoorde er nooit echt bij. Als het werk gedaan was kon je hem altijd op het achterdek vinden. Het was nu al twee uur na middernacht, maar Jozef bleef staan omdat het een maanheldere nacht was, je kon alle bekende sterren van het zuidelijk halfrond duidelijk zien en het gevaarlijk wit bruisende schroefwater achter het schip.

Er stond een heerlijke zoele wind. Als je goed keek zag je inderdaad de horizon of iets dichterbij het lichtje van een wegloevend schip, dat, was Jozef een uur eerder geweest, recht op hem af was komen varen. Maar, zoals blijken zal, de zintuigen kunnen ons bedriegen. Er zijn filosofen die beweren dat alles wat is, inbeelding is en het tegendeel valt ook niét te bewijzen! Jozef voer op een wildevaartschip en zag 's nachts nooit schepen.

Op een gegeven moment zag Jozef het lichtje in de verte een bruuske zwenking maken, het leek een korte bocht op het water te beschrijven en toen kwam het recht op hem af. Toen het alsmaar dichterbij kwam was Jozef tot de slotsom gekomen dat dit haast geen schip kon voorstellen of zijn, aangezien het dermate onderhevig was aan de 'beweging der golven', vooral omdat het maar steeds bij één lichtje bleef. Een schip met alléén een heklicht aan? Gevaarlijk. Toen het merkwaardige vaartuigje tot op een afstand van tweehonderd vadem tot Jozef was genaderd, zag hij dat het een vreemd geel voertuigje was. Hij zag draaiende wielen boven het opspattende zeewater. Voor het eerst in zijn leven gebeurde er iets met Jozef dat 'met recht merkwaardig' was. Wat hij nu zag zou iemand anders in zijn stoutste dromen nog niet durven of kunnen bedenken.

Het voertuigje, velomobiel.nl stond er met vette letters op de zijkant, was Jozef nu tot een meter of zestien genaderd. Jozef stond te roepen en te zwaaien dat het een aard had, maar hij vergat in zijn opwinding de touwladder uit te werpen. Hierop werd hij door de berijder van de velomobiel, want dat was het, opmerkzaam gemaakt.

De man droeg een brilletje dat behoorlijk beslagen was en een sterk door het zeewater aangetaste fietshelm. Het voertuigje bleek een heel bijzondere fiets te zijn. Maar wel een fiets en geen bootje! Hij had geen speciale voorzieningen. 'Zelfs de voetengaten heb ik niet dichtgemaakt', zei de man.

'Hoe is het mogelijk dat u op het water rijden kan?' vroeg Jozef verbaasd. 'Dat is een kwestie van oefenen,' zei de man, 'ik ben begonnen met een speld plat op het water te leggen. Als je dat heel voorzichtig doet, blijft hij drijven. Op de lange duur nam ik steeds zwaardere voorwerpen. Het was mij natuurlijk om mijn Strada te doen en tenslotte maakte ik mijn eerste schamele tochtjes over het Apeldoorns Kanaal. Nu fiets ik over de hele wereld. Ik kom nergens aan land, maar omdat ik af en toe eten moet, fiets ik vaak naar een schip.

Ik ga het liefst in het holst van de nacht. Dan ligt iedereen te slapen. De eerste keren ging ik bij vol daglicht naar de schepen toe, maar toen zijn er mensen hodeldebodel geraakt. Eerst riepen ze dat dit het mooiste was wat ze in hun hele leven hadden meegemaakt en vervolgens begonnen ze wartaal uit te slaan of ze werden gek. Ik ben van plan om veertigduizend kilometer over zee af te leggen, het mogen wel wat kilometertjes meer worden, als ik de hele aardbol maar rond heb.

'Bent u nooit bang om te verdrinken?' vroeg Jozef. 'Welnee,' antwoordde de man. 'Het is de wijze waarop men stuurt, daar zit het hem in steeds, en da's heel belangrijk, een juiste trapcadans van tussen de 95-105 aanhouden. Een hoge golf bijvoorbeeld moet je nooit met te grote snelheid nemen, anders wordt de zijkant van de banden nat, en als dat eenmaal gebeurd is, is het einde zoek.'

De man keerde zich naar zijn voertuigje en begon in hoog tempo de achterband te vervangen. Die zag er behoorlijk versleten uit, de rode antilek-laag kwam er op veel plekken al doorheen. 'Mensen denken wel eens dat je banden op water niet slijten. Het tegendeel is waar. Door de viscose resistentiestromen en het zoute water slijt het rubber juist sneller af.'  Hij liet de oude band nog even door zijn handen draaien en wierp hem toen met een grote boog overboord.

Het werd al enigszins licht. Jozef voelde zich bedroefd. De vreemde fietser was al een kwartier over de horizon verdwenen. Jozef ging nog maar een uurtje naar bed. De volgende dag vertelde hij de marconist wat hij 's nachts had meegemaakt. Deze haalde zijn schouders op en toen Jozef maar bleef aandringen, begon hij te lachen. Een uur later wist het hele schip dat Jozef  die nacht een man over het water had zien fietsen..."

Ik duwde met mijn voet tegen de buitenband op het strand van Vlieland. Ja, die was goed versleten, zag ik. De rode antilek-laag kwam er overal al doorheen. Toen ik weer opkeek brak toch de zon nog even door.

Zonsondergang op Vlieland

Een laatste opmerking
Het verhaal van Jozef en de vreemde fiets(er) is een door mij sterk ingekorte en met behoud van het originele idee en van de meeste details vooral vrijzinnig bewerkte versie van het verhaal "Brommer op zee" van J.M.A. Biesheuvel. De meeste credits zijn dus voor deze schrijver! Spreekt deze blogpost je aan, leen of koop dan vooral het originele veel langere verhaal. Dit verhaal is ook verwerkt tot deze zeer korte film.