donderdag 16 oktober 2014

De dag die ik wist dat zou komen....

Soepeltjes draai ik vanaf de Zutphensestraat de weg Het Woudhuis in. Het is half zeven. Hier begint één van de donkerste stukken van mijn woonwerkroute. Geen enkel probleem want ik heb licht genoeg aan boord. En, heel prettig, het asfalt is hier heel mooi glad.

Voor mij uit rijdt een grote vrachtauto, niet erg hard, want dat lukt met zo'n aanhangercombinatie op deze bochtige weg toch niet. Met 33 op de teller haal ik 'm heel langzaam in. Ik maak de draai naar één van de scherpe bochten en zet aan om nog wat meer vaart te maken.

Ik schakel op, zet aan en merk dat de snelheid niet echt begint op te lopen. Een moeizame 22 verschijnt op de teller. Wat is er aan de hand? Heel, heel, heel langzaam begint het mij te dagen. Ik heb een primeur. Een unieke, echte primeur. Dit is de dag die ik wist dat zou komen. Als ik het goed voel, moet mijn achterband vrijwel leeg zijn. Natuurlijk kan dat niet, ik fiets immers al bijna 21.000 kilometers 100% lekvrij met het bekende model Marathon Plus rondom.

Stilleven met banaan...  
Ik stop, stap uit en knijp stevig in de achterband. Slappe hap... Géén lucht. Plat. Lek! Lek! Lek!  Honderd meter verderop parkeer ik de fiets in een rustig zijweggetje. Nu is die Petzl hoofdlamp op mijn helm verdraaid handig. Binnen een kwartier heb ik de binnenband vervangen en met mijn minuscule handpompje-voor-noodgevallen weer acceptabel op spanning gebracht.

Gedesillusioneerd fiets ik verder. De afgelopen weken fietste ik honderden kilometers over onmogelijke Chinese keienwegen en had geen enkele lekke band. Op mijn tweede werkdag na die vakantie fiets ik een stukkie over glad Nederlands asfalt en ben ik gelijk de pineut. Het is niet logisch! Het is niet eerlijk!

Op kantoor plak ik de lekke achterband én bestel gelijk een complete set nieuwe buitenbanden. Natuurlijk weer Marathon Plus. Met de winter voor de deur neem ik geen halve maatregelen. De komende 20.000 kilometers wil ik geen lekke-bandengedoe meer!

Naschrift
Als ik de buitenband later nog eens minutieus naloop vind ik een sneetje precies midden op het loopvlak. De omvang en vorm van de scherpe steen die ik eruit peuter bevestigt vermoedens dat al in de Steentijd ten oosten van Apeldoorn, jagers met pijlen en speren mammoeten het forensen onmogelijk maakten.

dinsdag 14 oktober 2014

Rondje patat met stokjes

Het laatste bericht op deze blog, het rondje RIJS met LOL, dateert alweer van 2 september. Meer dan een maand geleden. Nee, de lust tot bloggen is mij niet vergaan. Ik was met vakantie.

Vier hele weken fietsen, maar niet ligfietsen, in het verre China. Afgelopen maandagochtend heel vroeg zette ik weer voet op Nederlandse bodem. Boordevol indrukken en verhalen en met de geheugenkaartjes tot de nok toe volgeladen met foto's.

Voor de liefhebbers: hieronder heb ik die vier weken fietsen door een deel van de provincie Qinghai (noem het maar Oost Tibet, ook wel bekend als Amdo) samengevat in een serie foto's. Fiets mee in het land van patat met stokjes!

Na een lange vlucht naar Beijing stapten we  over voor de laatste 2 uur naar Xining, de hoofdstad van de provincie Qinghai. Een middelgrote stad met 'slechts' 2,5 miljoen inwoners. Op het vliegveld werden we  opgehaald door de taxi van ons hotel. Voor de fietsen (in KLM fietsdozen) was ook iets geregeld: een open vrachtautootje dat achter ons aanreed.

Nog diezelfde avond gingen we  uit eten ergens in die grote stad, Tja je bent in China dus dan zijn de eetstokjes niet te vermijden. Dat was nog even wennen ;-) En gelukkig was er een menukaart met plaatjes van de gerechten. Een halve liter bier kregen we erbij. Bier wordt per definitie niet koud gedronken in China en hier kregen we er een soort borrelglaasjes bij. Doe je wel lekker lang met zo'n grote fles.

Aan het einde van de eerste fietsdag was er (natuurlijk) geen hotel in de buurt. Gelukkig hadden de boeren het graan al van de akkers gehaald. OP een bedje van zacht stro konden we  mooi onze tent neerzetten.

Als je dit soort vlaggetjes ziet wapperen in de wind weet je dat je de top van alweer een pas bereikt hebt. Deze moet zo'n 3200 meter hoog geweest zijn. Maar het weer was prima en wij waren nog fris... Moeiteloos rolden we onder de vlaggetjes door.

Door nauwe kloven vol boeddhistische schilderingen slingerden we steeds verder de bergen in. De wegen waren hier overigens uitstekend en de automobilisten gedroegen zich voorbeeldig.

Elke stad heeft wel een groot klooster waar honderden, soms wel duizenden monniken wonen en werken. Deze heren zijn allemaal op weg naar hun ontbijt.

Ja hoor, die Chinezen hebben echt wel wat met fietsen. Dit zijn de reclameschilderingen van de Ronde van Qinghai. En profronde met internationale deelnemers die elk jaar verreden wordt. En daar zijn ze daar maar wat trots op.

Taalproblemen? Ja natuurlijk, en voortdurend. Ondanks de woordenlijstjes en -boekjes. En ondanks de niet onverdienstelijke vertalingen van Google Translate op mijn telefoon. Hier vraag ik om een glas bij mijn blikje bier. Ik kreeg... een tweede biertje in een glazen fles! Dat soort dingen overkwam ons wel vaker.

Er was ook een dag met gutsende regen. Terwijl we  even onder een afdakje probeerden iets minder nat te worden werden we  in dit kantoortje binnen genood. Er bleken 3 heren te resideren die iets met bosbouw hadden (denken we). We kregen overvloedige thee en brood aangeboden.De kachel brandde heerlijk en de tv stond aan....

Die regen was hogerop natuurlijk als sneeuw gevallen. Een heel mooi gezicht, maar koud was het wel.

Die sneeuw die smelt ook weer en op deze weg werd het een enorme modderboel. De modder zal werkelijk overal...

Dit is de mooiste camping van China. Een schitterend uitzicht met goed gras en een vlakke ondergrond. Nog even genieten van de zon voor die achter de besneeuwde heuveltoppen verdwijnt.

Je kunt overal kamperen maar er zijn altijd wel mensen die je tentje zien staan. Deze dames kwamen even kennismaken. En ja hoor ze wilden best op de foto maar daarvoor moesten de warme mutsen en kleurloze omslagdoeken wel af.

Dit zijn ze dan: de patatjes met stokjes. In het stadje Xiahe kon je patatjes bestellen en daar hadden we wel eens zin in na twee weken groente, tofu en rijst. Lekker met een biertje erbij dat gezien de temperatuur in het restaurant eigenlijk gewoon koud genoeg was!

Waar kloosters zijn, zijn monniken, Dat zijn beslist geen ouderwetse figuren hoor. Deze reed ons haast van de sokken op zijn Segway. En de nieuwste iPhone had ie ook. In elk telefoonwinkeltje, zelfs in de meest afgelegen stadjes, kon je trouwens de nieuwe iPhone 6 mét 4G aanschaffen.

Als je maar vaak genoeg aan die gebedsmolens draait komt alles goed.

Als je zo'n yak ziet weet je dat je ergens boven de 3000 m moet zijn. Veel lager zie je ze niet meer. Een foto maken van zo'n beest bleek lastig. Ze stonden geen moment stil.

De man met het paard woonde in de witte tent op de achtergrond en kwam onze kampeermiddelen bewonderen. Echte gesprekken heb je niet natuurlijk want hij sprak alleen maar Tibetaans. Met onze Chinese woordenboekjes konden we  hier niks. Uiteindelijk werd het wel duidelijk dat ie onze tent wilde kopen. ;-)

Rechtsaf. Een flink eind de binnenlanden in over een onmogelijke weg die niet op onze kaarten stond. Aan het einde zou dan nog een toetje komen in de vorm van een pas van 4100 meter. Maar ja dat wist ik op het moment dat de foto gemaakt werd nog niet. Daarom wijs ik nog zo enthousiast!

Eindelijk we zijn er. Kilometers gelopen om de top van die 4100 meter hoge pas te te bereiken. De afdaling over een weg vol keien en kuilen zou ons weer 500 meter lager brengen.

Het Tibetaanse stadje Zekog. Niet veel mensen rijden hier auto. Onhandig zo'n groot ding. Nee, je hebt een mooie motor!

Het was er echt heel mooi. In de verte de besneeuwde toppen. De kuddes yaks en schapen die tegen de berghellingen graasden. De enkele auto die ons passeerde. En verder alleen de wind.

In zo'n afgelegen gebied moet je je zelf kunnen redden. Hier vul ik een waterzak uit een riviertje. Dat water gebruikten we dan om 's avonds op onze natuurcamping te koken.

Vader met twee dochters. We moesten absoluut op de foto. Dat kwam trouwens wel een paar keer per dag voor.

Wegen aanleggen. Dat kunnen de Chinezen goed. Geweldig glad asfalt wordt nu in het hele land in een verbijsterend tempo aangelegd. De ene weg is nog maar net klaar of de volgende Expressway wordt al dwars door de bergen erboven geboord.

Maar als ze niet autorijden dan willen de Chinezen best fietsen hoor. Hier huurfietsen in het historische centrum van de stad Guidé.
 
Oproep aan alle Chinese weggebruikers: En als ik nog één keer zie dat je afslaat zonder richting aan te geven. Dat je eenrichtingsverkeer negeert. Dat je op een smalle bergweg rustig in een scherpe binnenbocht nog eens gaat inhalen. Nou dan zwaait er wat!

Meestal waren de borden alleen in het Chinees of Tibetaans. Maar hier op de nieuwe 2-baans 'snelweg' naar Xining konden we zowaar lezen dat we  nog 90 km voor de boeg hadden.

Die 90 kilometer waren dan wel door een lange tunnel gerekend. Daar wilden wij liever niet door. We kozen voor de lastige omweg: een klim over 3820 m.

Soms overnachten we heel comfortabel in een mooi 4-sterren hotel. Hoe hoogpolig het tapijt ook was, we reden de fietsen zonder blikken of blozen de hotelkamer binnen en niemand die er ooit wat van zei.

Op de laatste ochtend in China trokken we de gordijnen van onze hotelkamer open. Buiten was alles wit. De winter was begonnen. Tijd om naar huis te gaan.

Tijdens de overstap op Beijing International Airport aten we nog lekker frietjes van de McDonalds. Maar wel met devingers en niet met stokjes. We gingen tenslotte weer naar huis!

Zo, en nu morgen weer iets gewoons: met de Strada naar Apeldoorn voor zo'n ouderwetse werkdag op kantoor ;-)