woensdag 4 september 2013

De Grote Velodecibels Test

In mijn bericht van 19 augustus over ligfietsen meldde ik al dat "die kliko's altijd zo rammelen". Ik noem het karakteristieke geluid van een velomobiel overigens liever 'gerommel' dan 'gerammel', maar het is een feit dat je ze aan kunt horen komen.

Op de specifieke geluidseigenschappen van een velomobiel werd ik pas nog eens gewezen. Ik fietste op een gewone fiets het deel van mijn woonwerkroute dat, op enige afstand, parallel aan de A50 langs Apeldoorn loopt.

Het nimmer aflatend geraas van deze drukke snelweg viel me toen bijzonder op. Tijdens de dagelijks velomobieltocht was met dat nog niet eerder zo sterk opgevallen.  In de Strada werken windgeruis, de immer resonerende carrosserie en het gezoem van het achterwiel ijverig samen om veel geluiden van 'buitenaf' te onderdrukken.

Dat betekende in mijn geval dat het geluidsniveau in de fiets ruim voldoende was om de geluidsoverlast van een drukke snelweg op enige afstand te onderdrukken.

En toen herinnerde ik me ook nog eens een bericht van Quemo waarin deze meldde deze zomer zelfs met oordopjes te rijden vanwege de kans op oorbeschadiging door windruis.

Tijd dus voor de ultieme test van onze velodecibels. Hoe erg is die geluidsoverlast voor een velonaut eigenlijk?

De testopstelling

  • Strada 94, voorzien van M+ banden op 4 bar met een minivizier maar zonder schuimdeksel
  • Samsung Galaxy SII smartphone met de app Geluidsmeter (voor Android). Ook gebruikte ik de FNV Decibelmeter
  • De SII zou tot een maximum van 98 dB kunnen meten. Geen profi meetapparatuur dus, maar wel een aardige indicatie.

    Meten is weten: in dit geval 85 dB velodecibels...

    De methode

    Tijdens het rijden de telefoon op diverse plekken buiten en binnen de fiets houden en de geregistreerde  waarden noteren.  Over ruw én glad asfalt. Dit alles bij een snelheid van ongeveer 30 tot 35 km per uur.

    De praktijktest

    Een risico...???
    Als eerste start ik de Geluidsmeter app. Deze meet voortdurend en geeft de resultaten in een grafiek weer. Ongeacht wegdek en kleine variaties in snelheid kom ik op een niveau van ongeveer 90 dB.

    Daarna gebruik ik de FNV Decibelmeter. Die meet gedurende een korte periode en geeft dan een gemiddelde waarde aan. In mijn geval was dat ongeveer 85 dB.

    Waar ik ook meet. In of net buiten de fiets, de waarden variëren nauwelijks. Het windgeruis dat zo lekker in mijn oren buldert wordt waarschijnlijk niet gemeten? De meetapparatuur heeft natuurlijk zo z'n beperkingen. Het is en blijft een telefoon.

    Resultaten en conclusies

    Over het algemeen is men het er over eens dat langdurige blootstelling aan waarden hoger dan 80 dB op de lange duur tot hardhorendheid kan leiden. Moet je de hele dag werken met zoveel lawaai om je heen, dan moet je werkgever je gehoorbeschermers aanbieden.

    Tja, wat moet ik er meer over zeggen? Het lijkt er op dat een velonaut blootgesteld is aan een behoorlijk geluidsniveau. In mijn geval dagelijks een uurtje heen, en een uurtje terug. Volgens de Wikipedia fiets ik eigenlijk het hele stuk op 10 meter afstand van een snelweg. Geen wonder dat ik de échte snelweg veel verderop nauwelijks hoor.

    Ga ik er wat mee of aan doen? Nee, ik geloof het niet. Maar wie weet dat dit punt ooit eens eens belangrijker wordt in de velomobielwereld. En dat dan de nieuwste lichtgewicht gele oordopjes een standaard produkt in de webwinkel van velomobielonderdelen.nl worden? Ik hoor het graag...

    Naschrift
    Lees ook de post van Willem Jan over oordopjes en winddeflectors 

    Questrijder Arjen Haayman meld op Twitter een geluidsniveau van 75 dB:





    Meer weten?



    maandag 2 september 2013

    RZZ 2013 - 600 km met het Grote Water steeds rechts

    'T was even stil op dit weblog maar dat had een goede reden. Afgelopen week fietste ik met Anja namelijk een 'full circle'  Zuiderzee, of een rondje IJsselmeer als je dat liever hoort. Bij al dat langeafstandsgeweld op diverse ligfietsblogs wilde ik niet achterblijven. Maar dan wel 'niet achterblijven' op mijn manier.

    We vertrokken op een mooie maandag en staken de wilde Veluwe over. Dat de schoolvakanties er vrijwel opzaten en dat het een maandag was, was dáár nergens te merken. Dichte zwermen e-powered recreatiefietsers kruisten ons pad. We passeerden het domein van Brandweerquest en waren extra op onze hoede, want hier schijnen 'ze' gevaarlijker te zijn dan elders in het land. Ergens bij Strand Nulde bereikten we de veiligheid van de randmeren en iets verderop aan de andere kant van het water was het rustig kamperen in het Hulkesteinsebos. De eerste dag zat er op.

    De zon scheen, en de wind werkte mee. Wat wil je nog meer?

    Anders dan op andere blogs beschreven ligfietsmonstertochten waren we dus beslist niet van plan dat hele Rondje Zuiderzee in één dag te doen. We hadden zelfs geen duidelijk idee over de route. Alleen de draai via Den Oever de Afsluitdijk over, was een vast gegeven. Voor de rest? We zouden wel zien en met LF routes, knooppunten en in noodgevallen met gps, van dag tot dag het Grote Water  ruim omcirkelen.

    Die bewegwijzerde LF routes zijn op zo'n lange doorgaande fietstocht verdraaid handig. Maar als velonaut kijk ik er tegenwoordig ook met een andere bril naar. Hmm, dit paadje is we erg smal, deze hekjes had ik met de Strada nooit kunnen passeren. En wat dan te denken van de passage onder een Friese spoorweg door, waarbij via smalle trapjes moest worden afgedaald! Zo'n doorsteekje vereist minimaal twee  personen om je velomobiel letterlijk over te dragen.

    7:00 uur - Ochtendsfeer op het kampeerterrein
    De volgende dag stond de passage langs de rand van Big City Amsterdam op het programma. "Nog wat opgevallen, Paul?" Jazeker, zodra we een fiets zagen met zo'n McBike of YellowBike sticker erop schakelden we het extreme botsvermijdingsprogramma in. Op dat soort fietsen, verplaatsen zich voornamelijk buitenlandse toeristen die geen idee  hebben van wat fietsen is. Ze doen maar wat en dat het elke keer toch goed gaat is een wonder.  Respect voor al die Amsterdamse velonauten die zich dagelijks in dit gevaar begeven.

    Verder naar het noorden voor een volgend hoogtepunt van de reis. Het was woensdag 28 augustus, zo omstreeks het middaguur dat ik in Hoorn ergens een geel rode Quest de weg zag oversteken. Wie het was mag het zeggen. Vorige jaar draaiden we nog een rondje Westfriese omringdijk zonder ook maar één velomobiel te bespeuren, dit jaar zou dat dus niet meer gebeuren.

    Windmolen De Ambtenaar bij Medemblik


    Net buiten Medemblik stuitten we op een andere bekende verschijning: megawindmolen de Ambtenaar, die ik alleen maar van Pé Koomens weblog kende. Nog even goed gekeken of Pé zelf ergens te bespeuren was. Maar Pé was net als vorig jaar druk bezig met jarig zijn.

    Terwijl we op de dijk even uitrustten voor de lange rit met tegenwind naar Den Oever, snelde er beneden op de weg wel een open ligger voorbij. Dat was nummer vier, van in totaal vijf open ligfietsen in één week! Geen slechte score toch?

    Soms zit het mee, soms zit het tegen. De volgende dag draaiden we al vroeg de Afsluitdijk op. De krachtige noordenwind van de dag ervoor was gedraaid en een stevige zuidwester geworden. Moeiteloos vlogen we de dijk over. Alleen gestremd door een buslading Italianen die het fietspad versperden en nergens op reageerden. Ja, pas toen ik ze zachtjes met mij voorwiel aan de kant begon te duwen barstte een ware kakafonie van uitroepen los. De chauffeur van de bus stond erbij en stak zijn duim op. "Bravissimo...!", riep hij uit, dat viel dus weer mee.

    Op de campings was het naseizoen begonnen: rust en ruimte


    Regelmatig pauzeren en luieren hoort erbij. Op de dijk bij Gaast kan dat heel goed

    Aan de andere kant van het Grote Water wachtte Friesland. Via de dijken van Gaasterland reden we later ver oostwaarts. Zoals gezegd, het was een heel ruim rondje om de Zuiderzee. Opvallendste waarneming in het Friesche land?  Zeker driekwart van de scholieren en fietsforensen maakt hier gebruik van zgn. opzetsturen. We noemden ze al snel: Friese sturen. 'T zal wel door de nimmer aflatende tegenwind hier komen. Eenmaal in Drenthe en Overijssel verdwenen deze sturen als sneeuw voor de zon.
     
    Culinaire tip in deze regio: de superlekkere pizza's van Al Trivia in Zandhuizen. Het omrijden waard, heet dat geloof ik in de Michelingids. Italiaanser dan de bustoeristen op de Afsluitdijk!


    Van pizza's stapten we moeiteloos over naar de oliebollen, maar dan wel die van 2012. Via Zwartsluis en Hasselt fietsten we zuidwaarts. "Kijk...", zei ik tegen Anja, "hier moesten we toen met 150 velomobielen langs. En het was leuk!", Ik ben trouwens benieuwd  hoe het staat met de voorbereidingen voor de editie 2013. Gaat die eigenlijk nog wel door?

    Lunchpauze. Bij elke stap trilde de bodem. Hooiland op veengrond bij Zwartsluis.


    Na een koude nacht kamperen, fietsten we op een bewolkte en winderige zondag de laatste ruim 70 kilometers naar Dieren. Maandag nog lekker een dagje bijkomen en daarna weer aan het werk. Dezelfde tocht had ik ook met de Strada kunnen maken, alhoewel sommige passages lastig of onmogelijk zouden zijn geweest. Wat ik eigenlijk vooral miste was het ontspannen liggen op mijn Ventisit matje.